Nieuws · Verhuur en energieprestatie
Label D voor huurwoningen in 2029: wat staat er in het ontwerp?
Verhuurt u een woning met energielabel E, F of G? Het kabinet heeft een minimumprestatie vanaf 2029 voorgesteld. Voor uw voorbereiding zijn vooral de huidige gebouwgegevens, mogelijke verbeteringen en een haalbare planning van belang.

Toelichting gepubliceerd op 27 oktober 2026 · Kamerbrief van 10 juli 2026
Wat heeft de minister aan de Kamer gestuurd?
De Kamerbrief van 10 juli 2026 biedt een ontwerpbesluit aan om huurwoningen vanaf 1 januari 2029 aan een minimale energieprestatie te laten voldoen. De ontwerptekst noemt een primair fossiel energiegebruik van maximaal 290 kWh per vierkante meter per jaar, bepaald volgens NTA 8800, of een energielabel D of beter.
Dit bericht licht dat ontwerp toe. Een voorgelegd ontwerp en een vastgestelde wettelijke verplichting zijn verschillende stappen. De Kamerbrief is daarom geen zelfstandige grond om een voorgestelde eis al als geldende regel toe te passen.
Begin met een controle van uw woninggegevens
Controleer welke labels uw woningen hebben, hoe lang ze nog geldig zijn en welke verbeteringen daarna zijn uitgevoerd. Verzamel tekeningen en bewijs van isolatie, beglazing en installaties. Laat vervolgens doorrekenen welke maatregelen voor uw woning of portefeuille passen. Een maatregel die in de ene woning voldoende effect heeft, hoeft dat in een andere woning niet te hebben.
Bij een appartement vraagt ook de besluitvorming binnen de VvE aandacht. De ontwerptekst bevat hiervoor specifieke voorwaarden; alleen lid zijn van een VvE is geen algemene vrijstelling.
Hoe kijkt de rekenmethode naar die prestatie?
ISSO-publicatie 82.1, zevende druk, beschrijft in paragraaf 3.1 de energieprestatie-indicatoren en in hoofdstuk 4 de standaardomstandigheden. De woning wordt beoordeeld met vaste rekenuitgangspunten. Uw persoonlijke stookgedrag vormt dus geen manier om de berekende labelprestatie te verbeteren.
NTA 8800:2025+C1:2026, paragraaf 5.3.1.2, bepaalt de primaire-fossiele-energie-indicator door het karakteristieke primaire fossiele energiegebruik te delen door de gebruiksoppervlakte van de betrokken rekenzones. Paragraaf 5.2 licht toe waarom de gehanteerde uitgangspunten bij de methode horen. De berekende gebouwprestatie en het werkelijke energiegebruik kunnen daardoor verschillen.
Praktisch betekent dit: beoordeel een verbouwingsplan op het gebouw en de installaties, en laat het effect berekenen. Een lage energierekening alleen bewijst niet dat een woning de voorgestelde prestatie haalt.
Bronnen en verdere uitleg
Kamerstuk 28 325, nr. 333: Kamerbrief van 10 juli 2026, met ontwerpbesluit, artikel I, onderdeel B, en artikel II. Technische toelichting: ISSO 82.1, zevende druk, paragrafen 3.1 en hoofdstuk 4; NTA 8800:2025+C1:2026, paragrafen 5.2 en 5.3.1.2. Deze toelichting op de methode is geen afzonderlijk ISSO-standpunt over het wetsvoorstel.